De potentiële stedelijke infrastructuur van Amsterdam voor tuinieren in de stad

GROWING FOOD IN URBAN ENVIRONMENTS from CITIES on Vimeo.

Een van de taken van Farming the City was om de bestaande stedelijke infrastructuur van Amsterdam te onderzoeken en om vervolgens de mogelijkheden met betrekking tot tuinieren in de stad te evalueren.

Planten hebben op veel verschillende manieren een positief effect op de stedelijke leefomgeving: ze filteren de deeltjes die bijdragen aan de luchtvervuiling, physician ze dimmen het geluid in de stad, ze reinigen vervuilde grond en ze koelen the stedelijke omgeving. En daarnaast zijn zij natuurlijk ook een bron van gezond en betaalbaar locaal voedsel; en is daarmee de basis van een locaal voedsel systeem dat werkgelegenheid en inkomen verschaft en sociale rechtvaardigheid ondersteunt.

Door ideeën te onderzoeken welke een betere manier van leven in de stad zouden genereren, Richt dit onderzoek zich op waar en wat we kunnen verbouwen in een stedelijk landschap. Het spitst zich voornamelijk toe op onze hoofdstad Amsterdam, maar de basis opzet geldt voor alle nederzettingen met een soortgelijke opbouw.

Een groot deel van de informatie voor dit project is afkomstig van het Social Design Lab for Urban Agriculture; URBANIAHOEVE, die inzicht bieden in hoe je in samenwerking met locale deelnemers een foodscapeI kunt creëren, door het gebruiken van onderbenutte over-verharde urbane typologieën met een matig bestemmingsplan.

We hebben verschillende delen van het stedelijke uiterlijk, ofwel typologieën, geïdentificeerd om de mogelijkheden die Amsterdam biedt voor het verbouwen van groente en fruit te categoriseren.

We hebben de bestaande stad gebruikt voor de basis van het onderzoek: Door de hele stad door te fietsen met de basiskennis in het achterhoofd, pratend met de mensen op straat onderzochten we de bestaande stedelijke vormen zoals stoepen, gevels, balkons en lege plekken. We maakten een analyse over hoe plekken in een specifieke buurt, over de hele stad, ontwikkeld kunnen worden tot stedelijke moestuin.

Welke typologieën vonden we relevant voor stedelijk tuinieren in Amsterdam?
_Façade: Een zijde van de buitenkant van een gebouw.
_Stoep: Een voetgangerspad langs de kant van de weg.
_Balkon: Een platvorm uitstekend vanaf een gevel van een gebouw.
_Gat: De lege ruimte tussen twee massa’s in.
_Trap: Een opeenvolging van treden om van de ene verdieping op de andere te komen.
_Kas: Een gebouw dat opwarmt aan de binnenkant waar het hele jaar door planten in kunnen worden verbouwd.
_Herkenningspunten: Dingen die makkelijk te herkennen zijn. Vroeger vaak gebruikt om de weg terug te vinden naar een startpunt.
_Leibomen: Bomen en struiken welke horizontaal geleidt groeien om de vruchten zoveel mogelijk zonlicht te kunnen vangen
_Plantenpotten: Potten met aarde waarin bomen en struiken met niet al te grote wortels kunnen worden geplant.

Bestrating is een bodembedekker die het gemakkelijker maakt voor verkeer om zich over een oppervlak voort te bewegen. het probleem met bestrating in een stad is dan deze vaak te omvangrijk is toegepast. Betegelde vlaktes vergemakkelijken mobiliteit en hebben weinig onderhoud nodig, maar wanneer de bodem voornamelijk is bedekt met stenen materialen dan kan de grond moeilijk vruchtbaar en productief worden gehouden. Het heeft ook een slechte invloed op het afwateringssysteem, wanneer regenwater niet gemakkelijk door de grond kan worden opgenomen overstromen de straten bij een zware bui. Hiernaast absorberen betegelde oppervlaktes ook de hitte (het stedelijke heat island effect) wat de temperatuur in een stad aanzienlijk doet toenemen. Neem bijvoorbeeld New York City’s over geasfalteerde Times Square, hier wordt onwijs veel warmte van de zon geabsorbeerd, met daarnaast ook nog de vele wolkenkrabbers die ervoor zorgen dat weinig tot geen verfrissend briesjes waaien. Deze plek veranderd in een oven op een mooie zomerdag. Maar de dichtbij liggende parken aan kade van de Hudson daarentegen blijven koel; de begroeiing zorgt voor schaduw en de verfrissende wind heeft hier vrij spel. Bewijs ondersteunt onze percepties:  in NYC, tijdens de periode van hittegolven in de zomer, wanneer de windsnelheid laag is in de nacht en de briesjes slechts beperkt, beïnvloed dat de temperatuur in de stad met een 5 graden celsius stijging ten opzichte van de omliggende gebieden. (NASA)

Ons onderzoek richt zich ook op interventies die in Amsterdam in de praktijk zouden kunnen worden gebracht om aanzienlijke verbeteringen te genereren met betrekking tot de leefomgeving. Het vermeerderen van beplante oppervlaktes, bijvoorbeeld beperkt de opwarming van de stad: beplanting zorgt voor een hoger vochtgehalte, wat de lucht doet afkoelen als de lucht verdampt uit de grond en planten. We onderzochten hoe groen in de stad zijn vorm kan hebben. Debra Solomon leerde ons dat niet alle beplanting gelijke kwaliteiten heeft. Het is bijvoorbeeld nooit goed om te veel grasmatten aan te leggen in een stad, omdat er niet veel zaken zijn die hiervan profiteren. Wanneer je bijvoorbeeld vogels, bijen en vlinders wilt aantrekken zou je hier een betere omgeving voor creëren als gras wordt gemixt met bijvoorbeeld klaver. Het project aan het Herman Akkermanpad in Zeeburg laat zien dat goede planning vereist is om waarde toe te kunnen voegen aan de leefomgeving. In dit geval was het doel van de ontwerper om vogels en bijen aan te trekken, maar dit faalde omdat het niet goed uitgedacht was aan het begin. De afstand tussen de huizen, waaraan vele vogelnesten zijn bevestigd, en de bomen is te groot voor de jonge vogels. Zij hebben namelijk meer beschutting nodig om uit te kunnen vliegen en niet direct dood te slaan tegen in dit geval de bestrating onder de huisjes. Ook is er niet genoeg beschutting voor een prettige leefomgeving voor deze dieren en er is niet goed nagedacht over waar de dieren hun voedsel vandaan moeten halen, aangezien de begroeiing in dit geval bestaat uit voornamelijk gras.

We hebben ook onderzoek gedaan naar de rol van warmte in stedelijk tuinieren: en hebben geschikte plaatsen in Amsterdam geïdentificeerd om planten, fruit en groenten te verbouwen. Wanneer we zochten naar goede plekken om gewassen te verbouwen in een stad bleek dat er vaak voornamelijk wordt gekeken naar zonnige plekken, omdat deze voor een goede leefomstandigheid voor de meeste planten zorgt. Bepaalde planten doen hun voordeel met de zon door de warmte en beschutting, wanneer ze horizontaal tegen een gevel groeien. De peer is een goed voorbeeld om in Amsterdam te verbouwen, wanneer deze in spalier vorm tegen een façade is geplant, omdat deze fruitsoort een warme atmosfeer prefereert. Mossen zijn echter een uitzondering op de regel; zij doen het juist erg goed in een schaduwrijke omgeving. En waar andere planten vaak vragen om een goede bodemkwaliteit, extra irrigatie of constructieve elementen om verticaal te kunnen groeien, heeft de mos familie weinig aanpassingen nodig op een schaduwrijke plek om zich prettig te voelen. Het aanbrengen van enkel wat melk of yoghurt zorgt ervoor dat zij extra goed groeien.

Hoewel de mossen meestal niet eetbaar zijn zorgen ze wel voor een groot voordeel; ze doen prachtige dingen voor de biotoop! Een biotoop is de conditie van de leefomgeving welke van groot belang is voor een specifieke verzameling van planten en dieren. Het kan worden vergeleken met de habitat van rassen en populaties. het verschil is echter dat het onderwerp van de biotoop nu een biologische gemeenschap is. Een ander kwaliteit van mossen is dat wanneer zij verticaal groeien ze een prachtig kleuren pallet aan de stedelijke façades toevoegen. Op deze manier zorgen ze voor een warmere en meer inspirerende leefomgeving.

Voor ons onderzoek naar de verschillende stedelijke typologieën hebben we ingezoomd op een aantal plant families die zouden floreren in de condities die we in Amsterdam vonden.

Rosaceae De Roos Familie
Tot deze familie kunnen kruiden, struiken of bomen behoren. De meesten zijn winterkaal wat betekend dat zij hun blad verliezen tijdens ‘rijpheid’. Ze worden dus kaal in het najaar.

Voorbeelden: Veel eetbare fruitsoorten (zoals Appels, Abrikozen, pruimen, kersen, peren, frambozen en aardbeien) Amandelen en ornamentale bomen en struiken (zoals rozen, moerasspirea, photinias ,vuurdoorn, lijsterbes en haagdoorn)

Solanaceae Nachtschade familie
Tot deze familie van bloeiende planten behoort een aanzienlijk aantal belangrijke agrarische gewassen. Deze planten kunnen net als bij de Rozen familie als kruiden, struiken, bomen of soms zelfs wijnstokken voorkomen. Veel van de soorten worden gebruikt als voedsel, met name de vrucht van de plant.

Voorbeelden: Chilipeper, aubergine, bosbessenstruik, goij bessen, ananaskers, aardappel, paprika, tomaat

Opmerking: Deze familie laat zich niet graag planten naast of tussen de Roos Familie. Ze moeten in verschillende potten of delen van een tuin geplant worden.

Brassica Kolen family
Dit is een groep planten die gezamenlijk bekend staan als de kolen of de mosterds, ook wel bekend als kool gewassen. De meesten zijn eenjarigen of tweejarigen, wat simpelweg betekend dat ze of slechts voor een jaar of voor twee jaar groeien. Bijna alle soorten en hun eetbare delen zijn ontwikkeld voor hun voedsel.

Voorbeelden: Wortelen (knol, rapen, radijs) stengels (koolrabi), bladeren (kolen, spruitjes, rucola), bloemen (bloemkool, broccoli), en zaden (veel verschillende waaronder mosterd zaad en olieproducerend koolzaad). Sommige planten uit deze groep worden slechts gebruikt voor decoratie doeleinden vanwege hun witte of paarse bloemkoppen.

Opmerking: Radijs en rucola zijn goede voorbeelden van planten die erg geschikt zijn om in potten te planten op een balkon.  Ze groeien zeer snel en kunnen meerdere malen per jaar geoogst worden. Ze zijn op hun best in de winter en de lente. Daarnaast zijn ze tolerant om naast de nachtschade familie geplant te worden.

Er zijn ook planten uit de mossen familie die eetbaar zijn en tegelijkertijd de kwaliteit bezitten om vervuilde grond te zuiveren, bijvoorbeeld champignons. Het nadeel is alleen dat dit geen snelgroeiende plant is. Geduld is vereist waardoor dit misschien niet de beste plant is om in een stad te verbouwen, waar het aantal vierkante meters toch al beperkt is.

Chenopodium, onderdeel van de Amaranthaceae familie Ganzenvoet familie
Deze planten komen voor over de gehele wereld en de meeste varianten zijn meerjarig wat betekend dat ze langer dan twee jaar leven.

Voorbeelden: van deze familie zijn spinazie en snijbiet. Het opmerkelijke aan deze planten is dat ze de grond zuiveren door het opnemen van verontreiniging. De plant kan dan alleen niet meer voor de voedsel sector gebruikt worden, maar het is een fantastische manier om de stedelijke bodem te zuiveren. Ze zijn ook geschikt om in potten te verbouwen.

Asteraceae Zonnebloem familie
Dit is de grootste van de vasculaire families, wat betekend dat deze planten water, mineralen en fotosynthese door het vaatstelsel van de plant kunnen geleiden. Varens, wolfsklauw, coniferen en andere zaaddragende platen zijn onderdeel van deze vasculaire familie. Een aanzienlijk aantal doet zich voor in struiken, wijnstokken en bomen.

Voorbeelden: artisjok en zonnebloem.

Tijdens dit onderzoek hebben we de geweldige mogelijkheden uiteengezet die Amsterdam biedt met betrekking tot stedelijk tuinieren. We hebben beschreven welke plekken gebruikt kunnen worden voor het verbouwen en welk type planten het meest geschikt zijn voor een bepaalde locatie. We kijken ernaar uit om dit onderzoek naar een volgend niveau te tillen door in de praktijk te treden en werkelijk over te gaan tot tuinier projecten in Amsterdam.

Posted on 23 March 2011 and filed under content

Tags: